De Tuin van Too Grootes

Tuinieren als passie


Als ze mag kiezen tussen een reis naar Zuid-Afrika of werken in haar stadstuin van 72 m2 hoeft Too Grootes, daar geen seconde over na te denken. Too: "Ik ga nooit langer dan een week op vakantie. Eenmaal terug, kom ik via de voordeur binnen en verdwijn ik direct via de achterdeur de tuin weer in. Werken in de tuin vind ik verrukkelijk. Voor mij is dat absoluut leven met volle teugen en dan heb ik niets anders nodig.

Mijn lust en leven

Ik tuinier al vijfentwintig jaar en het is het liefste wat ik doe. Toen ik begon wist ik niks van planten, nu is het mijn lust en mijn leven. Koken is mijn andere passie. Van maart tot eind september werk ik gemiddeld tien uur per week in mijn tuin. Ik werk, ik kook, ik eet en ik ga de tuin in. Op ogenschijnlijk kleine dingen zoals het uitlopen van mijn beukenhaag kan ik enorm kicken. Het zijn net allemaal kleine plooirokjes die zich een voor een ontvouwen. Vooral in de zomer zien mijn gezinsleden me voornamelijk gebukt in de tuin staan. Televisie kijken doe ik nooit, zonde van mijn tijd. Als je iets graag doet, is het niet moeilijk om daar tijd voor vrij te maken, het gaat om prioriteiten. Van tuinieren word ik heel gelukkig. Ik kan me erg verheugen op wat me in een bepaalde periode in de tuin te wachten staat. Bijvoorbeeld een paarse zee van een kleur krokus of een waas van papavers of dahlia's.

Niet te gewoon graag

Mijn streven is om de tuin eind april, half mei klaar te hebben. Dan is de basis klaar en kan de tuin de zomer in. Daarna is het vooral een kwestie van bijhouden. Wel met de nodige regelmaat want als ik na een korte vakantie een week niet in de tuin heb gewerkt, is hij dramatisch veranderd. Als de tuin klaar is, vind ik dat jammer en sowieso is de ‘tuin klaar hebben' voor mij een rekbaar begrip. Eigenlijk verplaats ik continu planten, ook op momenten dat het beter is om dat niet te doen bijvoorbeeld ‘s avonds, hartje zomer. Soms gaat dat goed - veel water geven - soms niet. Maar ik kan niet anders. Het komt voor dat ik het opeens met een bepaalde plant helemaal gehad heb en dan moet hij er uit. Al regent het pijpenstelen, ik ga gewoon aan de slag. Doe ik dat niet, dan blijft hij voortdurend mijn aandacht trekken. Zo vond ik op een bepaald moment ooievaarsbek Geranium endressii (zon, halfschaduw, H 25-50 cm, B 6-8, vaste plant) veel te gewoon. Ik hou van verrassingen en deze plant verraste me totaal niet meer, bovendien woekert hij verschrikkelijk. Voor mij heeft zoiets dan geen toegevoegde waarde meer en dan legt hij het loodje. Zo ontstaat er ruimte voor iets nieuws waar ik wel blij van word zoals Lindheimers prachtkaars Gaura lindheimeri. Ook hortensia Hydrangea arborescens ‘Annabelle' (zon, halfschaduw, H tot 4 m, B 7-8, struik) die bijna iedereen heeft, moest bij mij het veld ruimen: veel te veel getut met stokjes om die bloemen in de lucht te houden na de zoveelste zware regenbui. En ook vrouwenmantel Alchemilla mollis (zon, halfschaduw, H 25-50 cm, B 6-8, vaste plant) moest het ontzien. Reden? Te laag bevonden! Zo gaat dat. Ik hou erg van hoge planten die lang bloeien en mooi van kleur zijn. Bij mij moeten ze het liefst minimaal 75 cm zijn. De meeste zijn rond de 150 cm hoog en die zet ik ook rustig vooraan. Kruipers kom je bij mij niet veel tegen, daar vind ik mijn tuin te klein voor. Het laagste wat ik heb is 25 cm. Hoge planten geven mijn tuin een bepaalde spanning die ik aantrekkelijk vind. Zou ik meer kruipers gebruiken dan kun je alles in een keer overzien en daar vind ik niks aan. Je moet bij mij in de tuin echt een hoekje om, om te zien wat er achter in de tuin bloeit. Ik heb zo'n vijftig tot zestig soorten planten. Voor andere mensen ontwerp ik ook tuinen maar die zal ik nooit zo maken als mijn eigen tuin. Daar werk ik veel meer met grote groepen planten van een soort. Voor mezelf experimenteer ik meer.

Sterk kleurgevoel
Het gaat toch om keuzes maken in het leven en ook in de tuin. Naarmate ik ouder word, wordt de tuin steeds meer van mij. Planten staan er niet omdat het hoort, maar omdat ik ze mooi vind. Dat is een sterk gevoel waar geen speld tussen te krijgen is. Bekeek ik vroeger nog wel eens tuinen van anderen, nu doe ik dat nauwelijks meer. Dat leidt alleen maar af van mijn eigen smaak. Natuurlijk word ik wel geraakt door tuinen als die van de kunstschilder Claude Monet in de buurt van Parijs. Maar dat kan net zo goed gebeuren bij kleurenstaaltjes van verf of een foto in een modetijdschrift. Het geeft enorm veel voldoening om combinaties te maken van planten met je eigen kleurgevoel. In de loop der jaren ben ik in de tuin, maar ook in mijn interieur en kleding van pasteltinten overgegaan naar diepere kleuren. Pastel met grijs vond ik te lief en de verrassing was er totaal van af. Van mij moest het stoerder en fleuriger. Ik kan me die ommezwaai nog heel goed herinneren. Zomers reed ik over een weg in Noord-Holland waar iemand in de berm een zaadmengsel had uitgestrooid in de kleuren knalrood, oranje, paars en blauw. Ik was meteen verkocht, wat een geweldige combinatie!

Bloemen waar ik blij van word
Het is grappig om te zien dat smaak onderhevig is aan verandering. Zo moest ik vroeger niets van dahlia's hebben. Ik vond het stijve planten die ik alleen maar kende in een stijve hoedanigheid. Zo'n veld met alleen maar dahlia's doet me niets, maar toegepast in combinatie met vaste planten zijn het bloemen waar ik heel erg blij van word. Ze gaan bij mij in maart in potten en blijven tot half mei in de kas. Daarna gaan ze naar buiten. Dan heb ik behoorlijk grote planten waar de slakken niet tegen op kunnen eten. Voor mij is het voorjaar een periode van enorm genieten omdat het zo duidelijk is dat het tuinseizoen nu echt begonnen is. Overdag hard werken en 's avonds spierpijn, heb ik er graag voor over; de voldoening is alles overheersend. De tuin ziet er na zo'n opruimbeurt wel wat vreemd uit. De border is laag met uitzondering van de bomen, struiken en heggen. Bijna alle vaste planten laten al wat van hun nieuwe blaadjes boven de grond zien, op enkele na, zoals bijvoorbeeld koninginnekruid Eupatorium, die altijd als laatste boven de grond komt.

Tuinklussen
  • Elk jaar eind februari, begin maart is er plotseling een dag waarop ik voel dat het tijd is voor de voorjaarsschoonmaak in de tuin. Als ik alle vergane stengels van de vaste planten afknip piepen er hier en daar tussen het verdorde materiaal wat voorjaarsbolletjes boven de grond uit.
  • Sommige struiken en bomen worden gesnoeid zoals Lavatera ‘Barnsley', vlinderstruik Buddleja en de moerbei op stam Morus platanifolia. Ook de rozen krijgen in maart hun jaarlijkse snoeibeurt. Als ik klaar ben met het snoeiwerk, verwijder ik bladeren en oude plantenresten en krijgt alles een laagje mest.
  • In het voorjaar is goed te volgen welke planten aan het woekeren zijn en welke zijn verdwenen. De woekeraars zoals Aster divaricatus, bergamotplant Monarda ‘Scorpion' en Phlox pak ik aan door een heleboel weg te halen en alleen die groep te laten staan die ik wil houden. De planten die zijn verdwenen, bijvoorbeeld dropplant Agastache, klokjesbloem Campanula lactiflora ‘Loddon Anna', vingerhoedskruid Digitalis x mertonensis, rode zonnehoed Echinacea purpurea, geitenruit Galega x hartlandii en salie Salvia sclarea vervang ik door dezelfde planten. Of door hele andere, spannend omdat ik dan weer wat nieuws kan uitproberen.
  • Afhankelijk van het weer, werk ik iedere dag na mijn werk ongeveer een uur in de tuin om, bijvoorbeeld planten van een steuntje te voorzien, onkruid weg te halen enz.
  • In het weekend ben ik in maart en april bezig met het zaaien en verspenen van eenjarigen. Dit zaaien doe ik in vleesbakjes van Albert Heijn. Om de aarde zachtjes aan te drukken en te egaliseren, gebruik ik  nog steeds het zogenaamde aandrukhoutje van mijn vader. Gewoon een blokje afvalhout met een stukje bezemsteel, ideaal en het voldoet nog steeds.
  • Half mei gaan de zelfgezaaide eenjarigen en mijn dahlia's de grond in.
  • Ik ben in de zomer altijd bezig met opbinden, bijsturen en uitgebloeide bloemen eruit knippen.
  • Een plant als muurbloem Erysimum ‘Bowles' Mauve' overleeft vrij makkelijk in onze overwegend zachte winters maar voor de zekerheid neem ik toch ieder najaar stekken die ik laat overwinteren in de kas."

Too houdt van:
  • Mijn aluminium kas van 2x2 m staat er nu vijf jaar en het is echt mijn eigen huisje. Een heerlijke plek waar ik zelfs als het regent ‘buiten' kan werken. Ik hou erg van licht van boven. Het is een ideale plek voor allerlei tuinklussen zoals het zaaien en verspenen (het meer uit elkaar plaatsen) van eenjarigen.
  • De bergamotplant Monarda behoort absoluut tot een van mijn favoriete vaste planten bv Monarda ‘Scorpion'. De fel roodpaarse bloemen zijn kunstwerkjes op zich waar ik graag naar mag kijken met een vergrootglas of door de lens van mijn camera. zon, halfschaduw, H 75-100 cm, B 7-9, vaste plant
  • Cuphea lanceolata ‘purpurea' ook wel ‘Purple Attraction' is een van mijn favoriete eenjarige planten die heel lang bloeit met mooi gevormde kleine bloemen in een prachtige paarsroze tint. Een feestartikel in de tuin. Ik zaai ze in maart. zon/halfschaduw, H 70 cm, B 7-10, eenjarig
  • Een absolute topplant is de muurbloem Erysimum ‘Bowles' Mauve'. Het smalle blad is grijsgroen en de paarsviolette bloemen verschijnen onophoudelijk. Hij groeit fantastisch langs het huis of de muur, op een plek waar vaak niets anders wil groeien en hij bloeit bij mij zo ongeveer het hele jaar met uitzondering van de maand januari." zon, H 25-50 cm, B-5-8, vaste plant, matig winterhard.

Mijn lievelingen
Behalve dahlia's, Monarda en Cuphea heeft Too ook als favorieten Cobaea scandens en Gaura lindheimeri.
Klokwinde Cobaea scandens (zon, H tot 3 m, B 8-9, eenjarige struikachtige klimplant): Too: "Een eenjarige klimplant waar ik er ieder jaar een stuk of zes van plant en die me altijd een prettig gevoel geeft. Ik zaai ze zelf en begin hier eind februari mee op een warm plekje boven de vensterbank. Het is een prachtige plant die laat bloeit met verrassende bloemen die de eerste dag groen zijn, de tweede lila en de derde dag paars. Vanaf september klimt hij overal, maar dan ook overal, over en doorheen en gaat hij volslagen zijn eigen gang. Heerlijk, vooral in die tijd van het jaar. Linddheimers prachtkaars Gaura lindheimeri (zon, H 75-100 cm, B 7-10, vaste plant, matig winterhard): De bloemen zijn net witte vlindertjes. Een hoge plant met ijle stelen waar je heel lang plezier van hebt. Dahlia's ( zon, H 25-100 cm, B 8-10, knolgewas, niet winterharde plant, ) plant ik sinds een jaar of vijf. Het zijn, na de maand juni, perfecte opvullers en ik heb ze het liefst in paars, oranje, hardroze en knalrood.

 
Beplantingstips van Too
  • Kijk rond bij gespecialiseerde kwekers, bij voorkeur vier tot vijf keer per jaar, zodat je een beter beeld krijgt wanneer wat bloeit. Doe je alleen in mei inkopen dan loop je het risico dat je straks in je eigen tuin ook alleen maar meibloeiers hebt. Maak notities en probeer het hele jaar bloeiende planten te hebben.
  • Gebruik ‘rondstrooizaden' zoals papaver, juffertje in 't groen, goudsbloemen, korenbloemen en eenjarige riddersporen om half april ter plaatse uit te zaaien. Gewoon hier en daar wat strooien.
  • Door met de hand te wieden ga je steeds meer zaailingen herkennen. Twijfel je? Geef ze een paar weken de kans en je ziet vanzelf of het onkruid is of niet, een kwestie van ervaring.
  • Plant vaste planten en natuurlijk eenjarigen in het voorjaar en bomen en struiken in het najaar.
  • Vroeg in het jaar eenjarigen zaaien heeft alleen zin als je een koude bak of kas hebt. De opgekweekte planten kunnen pas na half mei definitief naar buiten in verband met de kans op nachtvorst. En de planten te lang in een verwarmd huis houden, geeft ijle, zwakke planten.
  • Plant in een kleine tuin nooit te veel bomen. Maar zeker één en dan het liefst in het midden van de tuin, zodat de boom de ruimte heeft om uit te groeien zoals hij behoort te zijn. Bovendien geeft zo'n boom in het midden een aangenaam parasoleffect. Een boom waar te vaak en te veel aan gesnoeid moet worden, bijvoorbeeld vanwege burenoverlast, wordt heel lelijk. Geschikte boom voor een kleine tuin is bijvoorbeeld de wilgbladige peer Pyrus salicifolia (zon, H tot 3 m, B 4-5).
  • Alleen maar schuttingen geeft een hokkerig gevoel. Plant bij voorkeur aan een kant een heg, bijvoorbeeld beukenhaag. Snoei deze in juni voor de langste dag en eind aug. begin sept. nogmaals.
  • Bekijk je eigen tuin kritisch rond eind september en schrijf op wat beviel en wat niet. Zo kun je eventueel het volgende seizoen veranderingen aanbrengen.
 
Too Grootes ontwerpt ook tuinen voor anderen. Voor informatie; 06-42128296, Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
 
 








© 2012 Leontine Trijber