|
Het uitpakken van mijn eigen boek |
Column
Bij de post vanochtend zat het niet, helaas. Gelukkig gaat vijf minuten later de bel. De bezorger heeft nietsvermoedend al een poging gedaan om het pakket door de brievenbus te wurmen, maar het pas niet. Ik kan die man wel zoenen want in dat kartonnetje zit mijn boek! Weet hij veel. Ik bijt op mijn lip en zeg het lekker niet. Hij is me te vluchtig en verre van aantrekkelijk.
Ik leg ‘het pakket' met kloppend hart op de trap en sjees naar boven. Eerst mijn mail afmaken aan collega groenauteur Romke van de Kaa die net laat weten dat, als ik voor hem een recensie-exemplaar regel, hij er aandacht aan zal besteden!
En dan... blijven ademhalen, naar de wc en een glas water. Ruim nog wat ontbijtresten van diverse gezinsleden op. Bonjour de laatste van de drie poezen naar buiten, de rest van mijn dierbare family is de deur uit... dus het rijk alleen! Ik inspecteer nog even of de tafel schoon is en open voorzichtig de kartonnen verpakking. Zeldzaam spannend. Hoe vaak heb ik al niet een kartonnen verpakking van een boek opengemaakt? Vaak, maar in werkelijk niets lijken deze handelingen op elkaar.
Hoe hard kan een hart kloppen? Als ik door de kartonnen barrière heen ben, stuit ik op een feestelijke cadeauverpakking. Hou mij zeker vijf hele minuten bezig met het ontwarren van de knoop in het te strak getrokken cadeaulintje. Mijn hart klopt verder en ik bewaar mijn geduld. Ben me ten volle bewust van deze historische minuten. Hoe vaak pakt een mens zijn eigen boek uit? Na het los peuteren van twee plakbandjes, ga ik iets ruiger te werk en het papier scheurt een beetje...
Een futiliteit die meer dan geheel in het niet valt als ik eindelijk mijn eigen boek life in handen heb. Het is jammer dat ik niet met een verborgen camera gefilmd ben... De oh's, ah's, wauw's en jee's vliegen in elkaar snel opvolgend tempo door de kamer. Vol verbazing aanschouw ik gedetailleerd de buitenkant, wat is het lekker zwaar, en vervolg pagina voor pagina mijn weg... Na de eerste tien bladzijden moet ik even op adem komen. Zoveel schoonheid kan een mens in één keer niet aan. Alsof ik alles voor de eerste keer zie, val ik van de ene ontdekking in de andere. Ondertussen blijven de superlatieven stromen. Pas bij het laatste hoofdstuk komt de buitenwereld binnen en gaat de telefoon.
|
|
|